Gehoord op 31 juli 2026 in de Abdij Saint-Michel de Cuxa in Prades tijdens Festival Pablo Casals
Door H.K.
Aan het eind van een gewijde avond torent Kobekina met beide armen de cello boven haar hoofd terwijl applaus de kloosterkerk vult. Direct daarop laat ze haar cello letterlijk buigen voor het publiek. Voorafgaand aan de zesde en laatste suite, vervangt ze de snaren en kam. Ze legt haar cello op haar stoel en voegt een hoge E-snaar toe voor een authentieke lichte klankkleur. Na afloop verlaat het publiek stralend de Abdij.
Tijdens de overgangen tussen de suites en de drie andere stukken zien we de brede lach van Kobekina. Begeleid door het applaus van het verder muisstille publiek dat ademloos luistert op een enkele ’wauw’ na. De ademhaling van Kobekina is daarentegen tot op de twintigste rij te horen wanneer ze met haar hoofd, armen en schouders met haar cello danst. Dat is niet haar enige dans, ze danst ook met mimiek: haar wenkbrauwen gaan omhoog en neerwaarts samen op met de verschillende stemmingen; mond getuit met open ogen bij de vrolijke passages.
Intense reis door de tijd
Kobekina heeft de Bachsuites gelardeerd met middeleeuwse en moderne stukken. Deze drie stukken spiegelen en voeden de suites van Bach op vruchtbare wijze met soortgelijke intimiteit, spirituele sfeer en warmte. Hildegarde van Bingen luidt de tweede suite perfect in met verstilling en mystiek. Wladimir Kobekina, de vader van Anastasia, kleurt met zijn ‘Dronken boot’ de vierde suite van Bach iets donkerder en speelser. Vasks’ ‘Pianissimo’ verleent de zesde suite extra gevoelige diepte.
Met dit Bachconcert geeft Kobekina met lange adem en bijna fluisterend, een intense reis door de tijd – Pablo Casals indachtig.