Queyras en Durilat vinden dialoog in uitdagende Abdij  

Gehoord op 29 juli in Abdij Saint-Michel de Cuxa in Prades tijdens Festival Pablo Casals

Met een mini handdoekje reguleert hij zijn lichaamswarmte. Het liefst over zijn haar om de laatste zweetdruppeltjes te vangen. Hij lacht erom mét het publiek. De cellist Jean-Guihen Queyras is de publiekslieveling van dit festival en de zaal zit vol fans. Samen met pianist Gabriel Durilat wordt het een avond vol spelplezier, uitdaging en dialoog.

Door Irit van der Veldt

Op de tweede avond van het Pablo Casals festival kiest artistiek directeur Pierre Bleuse voor kamermuziek in mineur. Drie stukken voor cello en piano van Debussy, Sjostakowitsj en Rachmaninov waarvan vaak uitsluitend losse delen klinken waardoor ze als zelfstandige melodieën rondzingen. Tijdens dit festival klinken ze in hun context wat de betekenis vergroot. Een uitdaging voor dit duo met deze drie lastige sonates te zoeken naar de juiste balans in een Abdij die weinig geeft.

Dialoog door in de piano te kruipen

De avond start met de sonate voor cello en piano in D klein van Debussy. Een lyrische sonate met af en toe een snippertje melodische herkenning. Queyras ‘vertelt’ met aan zijn zijde de energiek spelende Durilat. Knap hoe het dit duo lukt met dit stuk er een bruisend en aansprekend geheel van te maken. Met de sonate voor cello en piano in D klein van Sjostakowitsj klinkt de humor en ironie door in de piano en de cello. Hier geldt: zonder dialoog geen sonate en Queyras kruipt soms bijna ín de piano om aan te sluiten. Beide stukken vormen een mooie brug om na de pauze over te stappen op de sonate voor cello en piano in G klein van Rachmaninov die lyriek ten volle benut. Voor Queyras lijkt het aanpoten het tempo van de piano bij te houden. Hij lijkt het uit te vergroten en er lol in te hebben. Het toont het plezier en het zelfvertrouwen waarmee dit duo deze avond volbrengt. Als de laatste noten klinken, keert de zaal huiswaarts na een avond vol contrasten en rijke dialogen.