Door Irit van der Veldt
Opera Accabadora van componist Fransesco Filidei, gezien en gehoord op 5 juli 2026 in Théâtre du Jeu de Paume in Aix en Provence
Drie huizenhoge eikenhouten schragen bediend door vrouwelijke wevers in het zwart, geven aan vale oude lappen een nieuw bestaan. Een mooie metafoor voor Bonaria en Maria als centrale figuren. Accabadora is een splinternieuwe opera met muziek als atonale soundscapes. De zangers vonden geen houvast aan de muziek, dus de dirigent vormde het visuele baken dat ze door de muziek loodste. De trage muziek herinnert aan het dorre landschap van Sardinië, waar de stemmen vloeiend overheen walzen.
Voor de Italiaanse componist Francesco Filidei (1973) een uitdaging zijn geliefde Sardinië te verwerken in een opera. Zijn vriendschap met de Sardijnse schrijfster Michela Murgia (1972-2023) was een goede reden haar roman Accabadora op muziek te zetten. Het werd een opera rijk gevuld met de Sardijnse cultuur van broodbakken, Sardijnse ritmes en samenzang en geweven Sardijnse tapijten, huizenhoog verticaal tussen eikenhouten schragen.
Als Maria zes jaar is, blijkt haar moeder geen plek voor haar te hebben. Ze wordt afgestaan aan Tzia Bonaria Urrai die haar als een echte dochter opvoedt. Bonaria is naast coupeuse ook Accabadora, de oude vrouw uit volksvertellingen die terminaal zieken helpt bij het sterven. Na onenigheid over landjepik door de buren van de familie Bastíu, kan de oudste zoon, Nicolai, dat onrecht niet meer aanzien, en steekt hij het graan van de buurman in de fik. Die schiet hem neer. Nicolai raakt ernstig gewond aan zijn been, waarna het wordt geamputeerd.
Als invalide wil Nicolai niet door het leven en hij smeekt Bonaria een eind aan zijn leven te maken. Aangezien Nicolai niet terminaal ziek is, twijfelt zij hem te helpen maar Nicolai’s aanhoudende gesmeek overtuigt haar. Ze kiezen voor Allerheiligen om Nicolai te doden, waarbij de huizen open staan voor iedereen zodat niemand dan iets zal vermoeden van ongenode gasten. Bonaria sluipt zijn huis binnen. Met een kussen op het gezicht lukt het. Als Maria hiervan hoort, beticht zij Bonaria van moord. Op advies van haar docent vertrekt ze naar Turijn als nanny. Als ze bericht krijgt over de zieke Bonaria, keert ze terug naar Sardinië om uiteindelijk ook haar met een kussen te doden.

Schragen met oude lappen
Bij aanvang staan drie huizenhoge eikenhouten schragen op het toneel met tussen elke schraag de eerste aanzetten van geweven tapijt. Rommelig oogt het, armoedig en viezig ook, met strak op elkaar geperste restjes bruine, grijze en zwarte leftovers. Sommige stofjes tot op de draad versleten andere flets en verschoten van kleur. De ruimte is donker en grauw met versleten eenvoudig eikenhouten meubilair.
Het Paume theater in Aix en Provence leent zich uitstekend deze sombere kleine setting vorm te geven. Met dit theater kan Francesco Filidei en zijn team de nadruk leggen op het verhaal, de vormgeving en de theatrale illusie. Het zwarte toneeldoek, voorzien van dunne witte verticale draden, alsof echt álles draait om het weven, geeft de mogelijkheid decors te wisselen van platteland naar keuken en woonvertrek. Een interessant theater ook omdat het de intimiteit biedt die Filidei zoekt om de zwijgzame stille Sardijnse cultuur intiem en in stilte te tonen.
Nadruk op Sardijnse cultuur
Goed gecast is de Nederlandse contra alt Noa Frenkel als Bonaria Urrai. Met haar diepe stem onderscheidt ze zich van de overige hoge vrouwenstemmen. Hiermee dwingt ze respect af; noodzakelijk gezien haar verantwoordelijkheden in een kleine gemeenschap met veel roddel en achterklap. Prachtig ook de stem van de sopraan Rachel Masclet als Maria en die van Victoire Bunel als de onderwijzers van Maria, en de moeder van Nicolai. Met haar mooie volle mezzo laveert ze soepel, warm en intiem tussen de verschillende hoogtes. Lodovico Filippo Ravizza als Nicolai Bastíu maakt met zijn bariton het palet compleet samen met zijn broer Hugo Brady als tenor in de rol van Andría Bastíu. En niet te vergeten het Orchestre de l’Opéra de Lyon onder leiding van de Franse dirigent Lucie Leguay dat krachtig en gedecideerd de lastige atonale muziek vloeiend verklankt in samenspel met de zangers.
Voor Filidei en de Spaans Italiaanse regisseur Valentina Carrasco moest de Sardijnse cultuur goed zichtbaar zijn in deze opera. “Die is zo anders, zo eigen en zo archaïsch, die moest een prominente plek krijgen”, stelt Carrasco. Voor beiden de mogelijkheid te zoeken naar een mix van vrijheid van uitvoering, plezier voor het publiek en recht doen aan de culturele diversiteit en eigenheid van het eiland. Het werden de zwarte maskers als schimmige doodsfiguren, het brood als aanzet van nieuw begin en het weven als een mix van beiden. Krachtige elementen die deze opera – ondanks het soms wat schoolse karakter – optillen.
Nog tot 10 juli in Aix en Provence: https://festival-aix.com/programmation/opera/accabadora